Het meest sprekende en tegelijk ook erg laagdrempelige voorbeeld van de circulaire economie vind ik Peerby. Het concept van Peerby is simpel en brengt vraag en aanbod bij elkaar met behulp van een digitaal platform. Zo heb je bijvoorbeeld maar maximaal twee keer peer jaar die hoge drukspuit nodig. Net niet de moeite om deze aan te schaffen. Denk aan de hoge kosten maar ook aan het vervolgens moeten stallen van dit apparaat. Dan is uiteraard lenen een mooie uitkomst. Maar wie heeft nu zo’n apparaat en woont het liefst ook nog een beetje in de buurt? Door je oproep op Peerby te zetten heb je binnen no-time antwoord van je buren.
Peerby is gebaseerd op de gedachte dat toegang tot spullen (het kunnen gebruiken van spullen) belangrijker is dan het bezitten van spullen. En dit onderschrijf ik ten zeerste, zo ben ik ook nog steeds lid van de bibliotheek.
Het concept draagt in grote mate bij aan het duurzaamheidsaspect door middel van vermindering van CO2 uitstoot (apparaat komt altijd uit de buurt en daarnaast hoeven er minder apparaten vervaardigd te worden), een besparing op grondstoffen en daarnaast ontstaan er ook minder afvalstoffen. Tot slot bevordert het ook het contact tussen buurtbewoners. Zowel op sociaal-, economisch-, als maatschappelijk vlak dus een win-win situatie.
Daan Weddepohl, een van de oprichters van Peerby kan gezien worden als een pionier. Hij had namelijk in 2011 al de ambitie om een einde te maken aan de ‘wegwerp’-cultuur en startte met de voorloper van Peerby, namelijk Buurhuur. Hiermee hoopt hij een kanteling teweeg te brengen van een lineaire economie, waarbij spullen gemaakt zijn om niet lang mee te gaan, naar een circulaire economie waarin de producten veel langer meegaan.